API opent koepels tijdens Landelijke Sterrenkijkdagen

9 februari 2018

Op 23, 24 en 25 februari vinden de 42e Landelijke Sterrenkijkdagen plaats in Nederland. Op meer dan 50 locaties in het land zullen sterrenwachten hun deuren openen en zo ook het Anton Pannekoek Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Op 23 februari van 19:00-22:00 is een sterrenkijkavond voor het publiek.

Het sterrenbeeld Orion gezien vanuit de sterrenkoepel

Het sterrenbeeld Orion gezien vanuit de sterrenkoepel


De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS) houdt op www.sterrenkijkdagen.nl een overzicht bij van de deelnemende locaties met hun specifieke activiteiten.

Maan, Orion en de honden

Tijdens de Landelijke Sterrenkijkdagen is de wassende maan te zien. De maansikkel wordt van dag tot dag breder. Met een telescoop kun je zien dat de maan bedekt is met kraters. Ook is duidelijk te zien dat hij zich in de opvolgende nachten boven het sterrenbeeld Orion langs naar het oosten beweegt. Het sterrenbeeld Orion staat in het zuiden. Deze mythologische jager wordt op zijn tocht langs de hemel gevolgd door twee honden: de sterrenbeelden Grote Hond (Canis Major) en Kleine Hond (Canis Minor). In het 'zwaard' van Orion is met de telescoop een oplichtende wolk te zien. Dat is een stervormingsgebied waar duizenden sterren worden geboren.


Uranus

De meeste planeten hebben zich rond de Sterrenkijkdagen verstopt in de buurt van de zon of zijn alleen aan de ochtendhemel te zien. De uitzondering is de planeet Uranus. Die staat vroeg in de avond in het zuidwesten. Het publiek kan deze blauwgroene planeet met eigen ogen – door een telescoop - zien. Uranus werd al waargenomen in de oudheid, maar is pas als planeet herkend in 1783. Uranus is ongeveer vijftienmaal zo zwaar als de aarde. Zijn blauwgroene kleur wordt veroorzaakt door methaan in de atmosfeer.


Het Andromedasterrenstelsel, M31

Buursterrenstelsel M31, gefotografeerd vanuit Purmerend

Buursterrenstelsels

Met een telescoop zijn ook sterrenstelsels buiten de Melkweg te zien. Bijvoorbeeld de Andromedanevel en de Driehoeknevel. Doordat de Andromedanevel zo ver weg staat, zien we het gezamenlijke licht van de meer dan 100 miljard sterren als een vage ovale oplichtende vlek.

Gepubliceerd door  Anton Pannekoek Institute for Astronomy